0
Mangesium citraat, Magnesium & Crampbark en Magnesium Liquid

Magnesium en sport: het mineraal achter energie, herstel en spierfunctie

Lange tijd stond magnesium vooral bekend als “iets tegen kramp”. Maar de wetenschappelijke literatuur laat inmiddels een veel breder beeld zien. Onderzoekers kijken steeds vaker naar de rol van magnesium bij herstel, vermoeidheid, trainingsadaptatie en spierfunctie. Tegelijkertijd blijkt uit meerdere studies dat juist sporters gevoeliger lijken voor een suboptimale magnesiumstatus.

Dat maakt magnesium misschien geen spectaculair prestatie-supplement zoals cafeïne, maar wel een essentiële basisfactor voor iedereen die veel van zijn lichaam vraagt.

Magnesium en sport: een sleutelmineraal

Magnesium is betrokken bij meer dan 300 enzymatische processen in het lichaam. Vooral voor sporters zijn die processen cruciaal. Magnesium ondersteunt onder andere: energieproduct, spiercontractie, zenuwregulering, eiwitsynthese, glucosemetabolisme en herstelprocessen.

Een van de belangrijkste functies ligt in de activatie van ATP; de primaire energiebron van onze spieren. Onderzoekers beschrijven dat een lage magnesiumstatus mogelijk kan bijdragen aan snellere vermoeidheid, minder efficiënte energieproductie en verminderde spierfunctie.

Verder helpt magnesium bij ontspanning van de spiervezels en regulatie van die contractie. Wanneer die balans verstoord raakt, kunnen spieren gevoeliger worden voor spanning, vermoeidheid en ongecontroleerde contracties

Dat verklaart waarom magnesium vaak gekoppeld wordt aan spierkrampen. Toch ligt dat onderwerp genuanceerder dan vaak gedacht. Wetenschappelijke reviews laten zien dat spierkrampen meestal multifactorieel zijn. Factoren zoals spiervermoeidheid, vochtverlies, elektrolytenbalans, trainingsbelasting en neuromusculaire vermoeidheid spelen allemaal mee.

Krijgen Nederlanders eigenlijk wel genoeg magnesium binnen?

Volgens gegevens van het RIVM ligt de gemiddelde magnesiuminname van Nederlanders rond de 359 mg per dag. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) hanteert een adequate inname van ongeveer 300 mg per dag voor vrouwen en 350 mg per dag voor mannen. Dat betekent dat de gemiddelde Nederlander doorgaans voldoende magnesium via voeding binnenkrijgt.

Belangrijke bronnen van magnesium zijn onder andere: (volkoren) graanproducten, rijst, pasta, zuivel, noten en zaden, peulvruchten en groenten.

Waarom sporters gevoeliger zijn voor magnesiumtekorten

Een systematische review en meta-analyse uit 2023 concludeerde dat sporters gemiddeld lagere serum magnesiumconcentraties hadden dan niet-sporters, terwijl de magnesiuminname via voeding juist hoger was. Daarnaast werd bij sporters een hogere magnesiumuitscheiding via urine gevonden. Dat suggereert dat intensieve training mogelijk leidt tot een verhoogde magnesiumbehoefte.

Ook een achtjarige analyse bij elite internationale atletiekatleten liet zien dat magnesiumtekorten regelmatig voorkwamen. Ongeveer 22% van de atleten bleek op minstens één meetmoment klinisch deficiënt. Vooral tijdens zware trainingsperiodes en intensieve wedstrijdschema’s werden lagere waarden gezien.

Onderzoekers denken dat verschillende factoren hierbij een rol spelen, denk aan verlies via zweet, verhoogde stofwisseling, hogere spierbelasting en herstelprocessen, en intensieve trainingsvolumes.

Vooral duursporters, wielrenners, triatleten, hardlopers en sporters die veel zweten lijken gevoeliger voor een lagere magnesiumstatus.

Magnesium en herstel na zware inspanning

Intensieve training veroorzaakt spierschade, verhoogde oxidatieve stress en ontstekingsreacties. Dat hoort deels bij trainingsadaptatie, maar wanneer die belasting te hoog wordt, kan herstel vertragen en vermoeidheid oplopen. Een systematische review gepubliceerd in Journal of Translational Medicine (2024) concludeerde dat magnesiumsuppletie in meerdere studies leidde tot minder spierpijn, lagere markers van spierschade en mogelijk sneller herstel na intensieve inspanning.

Welke vorm van magnesium kies je als sporter?

Niet iedere magnesiumvorm wordt even goed opgenomen. Binnen de wetenschapoelijke literatuur worden vooral organische vormen, zoals magnesiumcitraat en magnesiumbisglycinaat, vaak genoemd vanwege hun relatief hoge biologische beschikbaarheid.

Voor sporters die hun dagelijkse magnesiuminname willen ondersteunen, is onze Magnesium Citraat een logische keuze. Magnesiumcitraat is een goed onderzochte en goed opneembare vorm van magnesium die uitstekend past bij sporters met een actieve levensstijl.

Voor sporters die juist extra aandacht willen besteden aan ontspanning van de spieren en herstel, hebben we Magnesium & Crampbark ontwikkeld. Dit product bevat magnesiumbisglycinaat dat bekend staat om zijn goede opneembaarheid en milde karakter voor de maag en darmen. In combinatie met crampbark, een kruid dat traditioneel wordt toegepast ter ondersteuning van spierontspanning, vormt dit een interessante aanvulling tijdens zware trainingsblokken, lange duurinspanningen of periodes van verhoogde fysieke belasting.

Daarnaast geven sommige sporters de voorkeur aan een snelle, praktische vorm rondom trainingen of wedstrijden. Onze Magnesium Liquid biedt magnesium citraat in vloeibare vorm en is eenvoudig mee te nemen tijdens trainingen, wedstrijden of warme omstandigheden waarin veel gezweet wordt.

Conclusie

De wetenschappelijke literatuur laat steeds duidelijker zien dat magnesium veel meer is dan alleen een mineraal “tegen kramp”. Het speelt een fundamentele rol in energieproductie, spiercontractie, zenuwfunctie, glucosemetabolisme en herstelprocessen na inspanning.

Hoewel het bewijs voor directe prestatieverbetering nog wisselend blijft, zijn de aanwijzingen rondom herstel, spierfunctie, vermoeidheid en trainingsbelasting veelbelovend.

Daarmee lijkt magnesium geen wondermiddel, maar eerder een essentieel onderdeel van de basis waarop sportprestaties gebouwd worden. En juist die basis bepaalt vaak hoe goed je lichaam zware trainingen aankan, herstelt en zich uiteindelijk aanpast aan belasting.

Referenties

Brackenrig, C., Habel, J., Cox, G., & Bowler, A.-L. (2024). The effect of magnesium supplementation on exercise-related muscle cramp, recovery, performance and sleep in athletes: A systematic review. Nutrition & Dietetics, 81(S1), 78–78.

Pollock, N., Chakraverty, R., Taylor, I., & Killer, S. C. (2020). An 8-year analysis of magnesium status in elite international track & field athletes. Journal of the American College of Nutrition, 39(5), 443–449.

RIVM. (z.d.). Magnesiuminname van Nederlanders. Wat eet Nederland.(https://www.wateetnederland.nl/resultaten/mineralen/magnesium)

Santos, D. A., Matias, C. N., Monteiro, C. P., Silva, A. M., Rocha, P. M., Minderico, C. S., Sardinha, L. B., & Laires, M. J. (2011). Magnesium intake is associated with strength performance in elite basketball, handball and volleyball players. Magnesium Research, 24(4), 215–219.

Terink, R., Balvers, M. G. J., Hopman, M. T., Witkamp, R. F., Mensink, M., & Klein Gunnewiek, J. M. T. (2023). Decrease in ionized and total magnesium blood concentrations in endurance athletes following an exercise bout restores within hours: Potential consequences for monitoring and supplementation. European Journal of Nutrition.

Zhang, Y., Xun, P., Wang,R., Mao, L., & He, K. (2023). Lower serum magnesium concentration and higher 24-h urinary magnesium excretion despite higher dietary magnesium intake in athletes: A systematic review and meta-analysis. Food Science and Human Wellness, 12(5), 1503–1512.

Zhou, Y., Wang, J., Li, S., et al. (2024). Effects of magnesium supplementation on muscle soreness in different types of physical activities: A systematic review. Journal of Translational Medicine, 22, 661.

Aanbevolen producten

Hydratatie, vocht en elektrolyten

Tijdens het sporten verlies je vocht en elektrolyten via zweet. Te weinig drinken kan leiden tot prestatieverlies en vermoeidheid. Door je zweetverlies te berekenen en elektrolyten aan te vullen bij langere inspanning, kun je beter gehydrateerd blijven en je prestaties verbeteren.

Nougat Sport Bar

Nieuw: de koning onder de nougatrepen!

Soms moet je het gewoon helder zeggen: wij hebben de koning onder de nougatrapen. Geen mini-reep die nét niet genoeg levert, bomvol waardeloze ingrediënten. Geen halve oplossing waarvoor je er twee moet meenemen. Maar 40 gram koolhydraten in één zachte, makkelijk eetbare reep van 41 gram. De koning van de repen!

Koolhydraten verdieping blog

Koolhydraten: de verdieping

In onze vorige blog hebben we uitgelegd hoeveel koolhydraten je nodig hebt tijdens inspanning.  In deze blog zoomen we verder in op die koolhydraten. Waarom zijn koolhydraten zo belangrijk tijdens inspanning? Welke soorten zijn er? En hoe verwerk je ze? We leggen het stap voor stap uit.

Wat zijn koolhydraten eigenlijk?

Koolhydraten zijn moleculaire verbindingen van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen. Het vormt een keten van enkele tot honderdduizenden monosachariden. Een scheikundig verhaal, maar het komt erop neer dat een koolhydraat een keten van verschillende suikers is. De kleinste eenheid van zo’n koolhydraatketen noemen we een monosacharide en er zijn drie belangrijk: glucose, fructose en galactose.

Deze drie vormen de basis van de meeste koolhydraten zoals jij ze op je bord kent. Stel je combineert 1 glucose en 1 fructose, dan krijg je sucrose. Klinkt lastig, maar wij kennen dit gewoon als tafelsuiker. Neem 1 glucose en 1 galactose en je krijgt lactose, ofwel melksuiker. Deze suikers van 2 eenheden noemen we disachariden. Stel, je plakt meerdere glucose-eenheden aan elkaar en je vormt een keten van 3-20 eenheden, dan krijg je maltodextrine. Een bekend koolhydraat voor de meeste sporters.

Maak je de keten nog langer, duizenden glucose-eenheden, dan heb je amylose. Heeft de keten ook nog vertakkingen, dan spreek je van amylopectine. Deze langere ketens noemen we polysachariden, ofwel zetmeel en complexe koolhydraten. Er bestaan ook nog langere ketens die het lichaam minder goed kan verteren, deze vallen onder de vezels zoals cellulose en pectine. Veel volkorenproducten bevatten een mix van complexe koolhydraten (lange suikerketens) en vezels.

Bron van koolhydraten

Voor velen zal het wel bekend zijn, maar koolhydraten vinden we voornamelijk in planten. Fruit bevat bijvoorbeeld veel korte suikerketens, net als sommige groenten als pompoen en kool. In aardappelen en granen vinden we de langere ketens, de complexe koolhydraten of zetmeel. Rijst, pasta, tarwe, haver en andere granen zijn belangrijke bronnen van complexe koolhydraten. Meer informatie over koolhydraten is te vinden op het Voedingscentrum.

De vertering

Tijdens het verteren van koolhydraten worden de ketens langzaam afgebroken. Dit proces start al in je mond door een enzym genaamd amylase. In de dunne darm worden de lange ketens verder afgebroken tot monosachariden. De suikereenheden worden vervolgens opgenomen door de darmwand door middel van transporters. Glucose wordt opgenomen door SGLT1-transporters en fructose door GLUT5-transporters (meer hierover een toekomstige blog). Hoe makkelijk je een koolhydraat verteert en opneemt, hangt mede af van de lengte van de keten. Hoe langer de keten en hoe meer aftakkingen, des te langer het duurt om er monosachariden van te maken. We spreken dan van een complex of meervoudig koolhydraat. De vertering duurt langer en de energie komt daardoor langzamer vrij in het lichaam.

Vezels kunnen we als mensen niet zelf verteren, maar bacteriën in onze darmen kunnen dit wel. Daarnaast zorgen vezels voor een langzamere maaglediging en darmpassage, waardoor ook de vertering en opname van andere voedingsstoffen geleidelijk verloopt. Tafelsuiker en suikers in snoep en frisdrank zijn heel kort en worden daardoor veel sneller verteerd en opgenomen in het bloed en zorgen daardoor ook voor een veel hogere piek in je bloedsuikerspiegel. Er wordt immers in korte tijd heel veel suiker afgebroken en opgenomen door de darmen.

Glycemische index

Hoe snel een koolhydraat wordt afgebroken en opgenomen, hangt dus voornamelijk af van de lengte en aftakkingen van de ketens. Dit is verwerkt in de glycemische index (GI), een systeem waarmee we koolhydraten kunnen verdelen op basis van hoe snel ze worden opgenomen door het lichaam. Producten met een hoge GI worden heel snel opgenomen; denk dan aan de korte suikerketens in frisdrank en snoep. Producten met een lage GI worden langzaam verteerd en bestaan uit langere ketens, zoals vele volkorenproducten. Voor meer informatie over dit onderwerp, kijk op het Voedingscentrum.

Opslag van koolhydraten

Eenmaal in je bloed worden de suikers op verschillende manieren gebruikt. Een deel wordt verbrand door je cellen en de rest wordt opgeslagen door je lichaam. Dit kan in je lever of spieren in de vorm van glycogeen, maar als deze voorraad vol is, dan slaan we de suikers op als vet. Glycogeen is eigenlijk vergelijkbaar met een zetmeel – het is een lange keten van glucose-eenheden die we weer kunnen afbreken als we energie nodig hebben. Dit doen we vooral tijdens het sporten.

Tijdens inspanning

In onze vorige blog hebben we uitgelegd dat we tijdens inspanning veel energie nodig hebben. Normaal verbranden we vooral vetten, maar zodra de intensiteit omhooggaat en de vraag naar energie stijgt, gaan we over op koolhydraten. Vetverbranding is te langzaam om in korte tijd veel energie vrij te maken. De opgeslagen koolhydraten in de lever, in de vorm van glycogeen, worden weer afgebroken en de losse glucose-eenheden gaan via het bloed naar de spieren

Dit doen we omdat de koolhydraatverbranding veel sneller en effectiever is zodra de vraag naar energie stijgt. We breken de glycogeenketens af en gebruiken de losse glucose-eenheden als brandstof om onze motor draaiende te houden.

Alleen, onze glycogeenvoorraad is maar beperkt. We kunnen dit wel even volhouden, maar zodra een inspanning langer dan een uur duurt, komen we in de problemen. De voorraad raakt op en we hebben te weinig energie om de intensiteit vol te houden. Daar is de man met de hamer…

Zo’n hongerklop wil je altijd voorkomen; je wilt tijdens het sporten niet opeens gas terug moeten nemen omdat je energievoorraad op is. En precies hier komt sportvoeding kijken. Snelle energie, die je makkelijk opneemt en direct kan gebruiken om te verbranden – de korte koolhydraten: glucose, fructose en maltodextrine. De meeste sportvoeding bestaat uit deze drie suikers, omdat we ze gemakkelijk opnemen tijdens inspanning.

Je darmen tijdens inspanning

Tijdens inspanning wordt de bloedtoevoer naar het maag-darmstelsel verminderd. Het lichaam geeft prioriteit aan de werkende spieren, het hart en de huid. Hierdoor neemt de verterings- en opnamecapaciteit van de darmen af. Het is dan niet handig om lange koolhydraatketens te moeten verwerken. De lange ketens moeten namelijk eerst afgebroken worden voordat ze kunnen worden opgenomen. Een maag vol met pasta of volkorenbrood zal niet lekker vallen en je darmen zullen protesteren.

Sportvoeding, bestaande uit korte suikerketens, is dan juist ideaal. Korte koolhydraatketens zoals glucose, fructose en maltodextrine worden sneller afgebroken en opgenomen. Hierdoor belasten ze het maagdarmstelsel minder en zijn ze beter geschikt tijdens inspanning. Let wel, neem je heel veel gelletjes of sportdrank, dan kan je alsnog last krijgen van je darmen. De opnamecapaciteit van de dunne darm is beperkt tot ongeveer 60 gram glucose per uur. Neem je meer, dan blijft de glucose langer in de darmen en daar krijg je last van.

In deze blog zijn we dieper ingegaan op koolhydraten; wat zijn het en hoe verteer je ze? In de volgende blogs zullen we ingaan op hydratatie, vocht en elektrolyten.

Energy bars

De basis: Je lichaam is een machine!

Sportvoeding lijkt soms iets voor profs of extreme atleten, maar in werkelijkheid krijgt iedere sporter ermee te maken. Veel sporters vragen zich af: wat moet ik eten voor het sporten en wanneer heb ik sportvoeding nodig? Zijn eiwitten goed voor mijn herstel? Als je gaat sporten, heeft je lichaam voedingsstoffen nodig. De vraag is alleen: Wat heeft het nodig? Hoeveel en wanneer?

0
Terug naar boven

Waar ben je naar op zoek?

Product is aan je winkelwagentje toegevoegd